2011-2012 | |||
| Departementale informatie | |||
Bachelor in de voedings- en dieetkunde
| |||
Permanente Onderwijscommissie : Voedings-en dieetkunde | |||
Doelstellingen en eindtermen | |
1. Algemene competenties (*) Denk- en redeneervaardigheid, het vermogen tot verwerven en verwerken van informatie, het vermogen tot kritische reflectie en projectmatig werken, creativiteit, het kunnen uitvoeren van eenvoudige leidinggevende taken, het vermogen tot communiceren van informatie, ideeën, problemen en oplossingen, zowel aan specialisten als aan leken en een ingesteldheid tot levenslang leren. 2. Algemene beroepsgerichte competenties (*) Teamgericht kunnen werken, oplossingsgericht kunnen werken in de zin van het zelfstandig kunnen definiëren en analyseren van complexe probleemsituaties in de beroepspraktijk en het kunnen ontwikkelen en toepassen van zinvolle oplossingsstrategieën, en het besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid samenhangend met de beroepspraktijk. 3. Beroepsspecifieke competenties Doelstelling: Het vormen van deskundigen op het gebied van voeding en diëtetiek, die zich situeren op het niveau van de professioneel gerichte bachelor, zoals omschreven in art. 57 van het decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. Zij dienen bovendien te voldoen aan de voorschriften van het KB van 19.02.1997 betreffende de uitoefening van het beroep van diëtist. Zij zullen als taak krijgen, bij te dragen tot het bevorderen van de gezondheid, door het verstrekken van adviezen en voorlichting inzake voeding en door mee te werken aan het bewaken van de kwaliteit van de menselijke voeding. De bachelor (m/v) in voedings- en dieetkunde kan volwaardig en zelfstandig functioneren op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar en bezit volgende beroepsspecifieke eindtermen: - de kennis van voedings- en dieetleer, van levensmiddelentechnologie en van beheer kunnen toepassen om de gezondheid te helpen bevorderen, behouden of herstellen; - wetenschappelijke informatie over voeding kunnen vertalen in voedingsadviezen, gezondheidsopvoeding en voedingsvoorlichting; - in staat zijn om commerciële producten te beoordelen en aan te wenden in recepten en menu's; - de kennis van de humane voeding kunnen combineren met de technologische kennis van voedsel, om zo mee te werken aan onderzoek en ontwikkeling van voedselproducten; - de snelle evolutie in zowel de voedingstechnologie als de klinische context kunnen opvolgen en in een kritische geest kunnen analyseren, om op basis van deze analyse de verstrekte voorlichting en adviezen continu bij te sturen; - beschikken over de nodige laboratoriumvaardigheden om de veiligheid, de hygiëne en de kwaliteit van voedsel te helpen bewaken; - kunnen meewerken aan toegepast onderzoek in verband met voeding. (*): voor een gedetailleerde beschrijving wordt verwezen naar het Eindverslag van de werkgroep bamaprofielen van de associatie K.U.Leuven van 31 januari 2003.
|
| Voedings- en dieetkunde |